Huismus
Passer domesticus
Waar houdt ie van
Rommelige randjes. Heggen, klimop, meidoorn, liguster. En vooral: een plek om te scharrelen. Laat een strookje gras langer, veeg niet alles klinisch schoon. Zandplekje erbij? Top, daar baddert ie in. Hang een mussenkast of dakpankast op, liefst onder de dakrand en niet vol in de middagzon. Mussen wonen graag in de buurt van mussen. Dus: meerdere invliegopeningen, of een rijtje kasten.
Ecologisch belang
De huismus is je gratis opruimploeg. In het broedseizoen gaan er kilo’s rupsen, larven en andere insecten doorheen richting de jongen. Buiten die tijd eet ie zaden en kruimeltjes. Sperwer en kat weten ’m ook te vinden: huismus is brandstof voor het hele wijk-ecosysteem.
Wanneer in Nederland
Het hele jaar. Standvogel.
Status
Algemeen, maar op veel plekken afgenomen. In dorpen en steden nog steeds een bekende buur, zolang er voedsel én nestplekken zijn.
Natuurwaarde: Voedsel en nestgelegenheid voor stedelijke soorten
Zo monitoren we de vooruitgang
Goed te volgen door de vogelzang te analyseren op soort. Deze soorten broeden over het algemeen in gebouwen of nestkasten. Van minder kritische naar kritischere soorten:
(1) kauw, halsbandparkiet
(2) scholekster
(3) huismus, gierzwaluw, slechtvalk, torenvalk